|
Dagboek 29 april 2012 Terug naar de basisIk kijk in een afgeleefd gezicht. Het is het mijne, al had ik het liever niet willen hebben. Mijn reflectie toont me dat alles hangt. Het beetje jeugd dat samen met mij de 50 passeerde, is er nu wel af. Iedere keer moet ik weer wat steviger aan de slag met mijn toilettasje met restauratiemiddelen. Reflectie. Het geeft te denken. Tjee, wat ben ik gehavend door het avontuur ‘Mirakel moet blijven’, dat voor enkele door waanzin gedreven buren, het project ‘Mirakel moet weg’ werd. Wat ben ik ver heen geraakt door de aanslag op mijn zenuwstelsel, op mijn gemoedsrust en mijn gehele bestaan met José op de Strang. Ik zie een uitgeputte vrouw die ondanks haar verzet niet waterdicht is gebleken voor het binnen sijpelende gif: langdurig blootgesteld worden aan haat en onverschilligheid doet iets vreselijks met je. Ik heb er niet aan kunnen ontkomen. Ik las ergens over de symptomen van PTSS, posttraumatisch stresssyndroom. Nu moet ik waken voor overdrijven, ik functioneer tenslotte nog heel behoorlijk, maar tot mijn schrik herkende ik mijzelf daarin. Extreem kort lontje, verbaal agressief, slecht slapen, een concentratie van lik m’n vestje, voortdurend alert en op je hoede voor een aanval, nauwelijks meer kunnen ontspannen en alsmaar denken jezelf te moeten verdedigen. Zelfs al zet ik de kampeerbus op een camping precies binnen een vak waarvoor ik zojuist keurig heb betaald, dan nog komen ongevraagd schrikbeelden op dat we worden weggestuurd en een boete krijgen voor een overtreding die we niet hadden kunnen voorzien maar kennelijk wel hebben begaan. It’s a long way back home again. We zijn ver van huis geraakt. Sinds een dag of wat ook in letterlijke zin. Dat laatste heeft beslist zijn goede kanten. Behalve afstand nemen, gebeurtenissen tot ons doorlaten dringen en laten zakken, geven wij ons tijdens een kleine vakantie urenlang over aan onbenulligheden. Het leven is hier heel basaal: Wat eten we? Koffie of thee? Nu water bijvullen of straks?. Poepen op de camping of niet? Dakluik open of dicht? Plee moet leeg, jij of ik? Vest aan of kachel opdraaien? Koken of brood? Kruimels in bed en zand op de vloer, veeg jij of veeg ik? Ik natuurlijk, jij ziet dat niet. Al afwassend, douchend en dweilend besef ik dat we helemaal niet met onbenulligheden bezig zijn maar met het vervullen van een aantal menselijke basisbehoeften waarin we jarenlang systematisch werden bedreigd: kunnen bestaan in veiligheid, met een dak boven je hoofd. We hebben ons de tandjes gewerkt om het tij te keren maar verkeerden chronisch in onzekerheid of onze acties werkelijk zouden leiden tot het gewenste resultaat. We hadden niets onder controle. En hier, op die paar vierkante meters van ons huis op wielen, hebben we dat wèl.
En dus houden we ons er naar hartenlust mee bezig, zonder dat iemand anders daar grip op heeft. Vier dagen veel en vaak reinigen, zorgen dat alles opgeruimd en mooi is. Het is behalve neurotisch ongetwijfeld ook symbolisch voor dat innerlijke parallelle proces van ontgiften, reinigen en herstellen.
Dus pak ik ook een spiegel en mijn toilettasje met restauratiemiddelen en kijk ik in een afgeleefd gezicht. Het is het mijne en ik weet dat ik moet zorgen dat het er beter uit gaat zien. Ik zie een geteisterde vrouw, die ondanks alles niet is gebroken. Alle pogingen tot ontwrichting van ons bestaan ten spijt: mijn ‘zijn’ heeft niemand kunnen aantasten. Er is altijd een thuisbasis om naar terug te keren. Die basis ben ikzelf. Van daaraf zal ik mijn leven weer opbouwen, samen met José. Teruggaan naar de basis neemt tijd. Ik begin alvast hier, nu, voor de spiegel, met een extra klodder ‘foundation’.
Dagboek van 26 april
PfffffffffffffffEindelijk, eindelijk zijn de twee tijdbommen onder onze boot opgehouden met tikken. We kunnen blijven liggen waar we liggen, zonder een torenhoge schuld op te bouwen en ook voor die ene spudpaal van de steiger bij 68a is de teller gestopt met lopen. We hoeven niet meer weg, we hoeven niet nog meer te betalen. We kunnen onze vergunning afwachten. Het is haast niet te geloven. De strijd is nog niet gestreden, maar kan nu op een acceptabel tempo verlopen. Nu kunnen we eindelijk het ventieltje van de hogedrukpan voorzichtig opendraaien, om de langdurig opgebouwde hoeveelheid stoom beetje bij beetje te laten ontsnappen en zo de druk te verlagen. Niet meer constant op je hoede zijn, overal van schrikken, slecht slapen en angstaanvallen krijgen. Het afgelopen tropenjaar heeft ons een trauma opgeleverd, dat in het lichaam is opgeslagen op celniveau en dwars tegen alle verstandelijke vermogens in op eigen houtje opereert. Hoe lang zou het duren eer ik dergelijk reacties uit mijn systeem heb gekregen? Ik heb geen flauw idee. Het belangrijkste is dat we daar nu mee kunnen beginnen. Pffffffffffffff!
Dagboek 1 april 2012 De functie van regelsDe mensheid creëert het zelf, maar kan er tegelijkertijd niet mee omgaan. Wat zou dat zijn? Chaos natuurlijk. Daar waar mensen samenleven, dient chaos zoveel mogelijk te worden beteugeld. Hoe meer mensen je bij elkaar stopt op één vierkante kilometer, hoe meer je moet kanaliseren en organiseren. Wil het zaakje enigszins naar behoren marcheren, dan moet je het verkeer regelen. Hoe doen we dat? Met regels. Ik ben daar zelf een groot voorstander van. Regels hebben echter de neiging zich te vermenigvuldigen: hoe meer regels er zijn, des te meer er bij komen. Moet je mee oppassen. Zeker gezien enkele andere kenmerken van regels. Zo willen regels nog wel eens van status veranderen: van middel verworden ze tot doel. De geest van zo’n regel moet tijdens dat proces meestal terug in de fles en kan geen wonderen meer verrichten. De status van de gebruikers schijnt bovendien van die regels af te hangen. Neem een willekeurige gemeenteambtenaar (m/v). Houdt die zich op z’n minst ogenschijnlijk aan welke regel van de wetgever dan ook en handelt hij dus ‘volgens het boekje’, dan functioneert deze ambtenaar goed. Het maakt daarbij niet uit of er in de geest van de regel wordt gehandeld of niet, welke regels er niet worden toegepast en of ze hardnekkig als doel op zichzelf worden nagestreefd. Pas als de ambtenaaraantoonbaar niet volgens het boekje werkt, is er stront aan de knikker. Dan functioneert hij niet goed. Alsof er geen andere standaarden voor goed functioneren zouden zijn. De oplettende lezer heeft het vast al in de gaten: de conclusie van disfunctioneren moet koste wat kost worden vermeden! En het wonderlijke van regels is nu dat ze ook dáárvoor te gebruiken zijn. Je kunt als ambtenaar heel wat uitvreten, zolang je datgene wat je doet maar naar ‘het boekje’ toe kunt kletsen. Te weinig kennis van zaken? Kan niet schelen. Je past enkele regels uit het boekje toe en functioneert dus naar behoren. Onvoldoende vaardigheden, nalatigheden in je gedrag, regels hanteren vanuit persoonlijke drijfveren? So what? Zolang ze maar toegepast worden! Niet communiceren met collega’s, leed laten geschieden dat je had kunnen voorkomen? Wat nou? Regels zijn regels! In regelgeleide systemen, zoals overheidsorganisaties, blijken regels helaas behalve een ordenende en beschermende dus ook nog een andere functie te hebben gekregen. Een soms dominante en altijd gevaarlijke functie, die ruimte laat voor ondermaatsheid en willekeur. Degene die schermt met ‘de regels’ kan ze niet alleen gebruiken om orde te scheppen en recht te doen, maar ook als ‘bewijs’ van het eigen goede gedrag. “Ik hanteer de regels, dus ik functioneer”. Regels dienen op die manier ter maskering van onkunde en ondeskundigheid, alsook van schade die kan voortvloeien uit een rigide hantering ervan. Regels, de mensheid creëert ze zelf maar kan er tegelijkertijd niet mee omgaan. Door verwording en misbruik gaat het fout. De functie van regels, het handhaven van ‘de orde’, omvat in mijn boekje ook bescherming, zorg en rechtvaardigheid. Het handhaven van de wet zou hoe dan ook moeten beginnen met wijsheid, zorgvuldigheid en respect. O overheden, laat die geest weer uit de fles!
Dagboek 21 maart 2012
De Schizofrenie van de gemeente West Maas en WaalHet is niet meer te volgen. ‘Wegwezen!’ Twee tegelijkertijd klinkende geluiden. En wij in spagaat daar tussen in. Hoe het ook zij: die tweeslachtige houding van de gemeente breekt ons behoorlijk op. Dat wij in overtreding zijn, zo weggeschoven achter een andere woonboot op één ligplaats, snappen wij best. We begrijpen zelfs dat de gemeente vindt daartegen eigenlijk handhavend te moeten optreden. Wat wij niet begrijpen is de buitengemene heftigheid van dat optreden en het uitblijven van enig alternatief aanbod om die verdraaide vergunning te kunnen afwachten. We hebben voor de aanvraag als een speer ons huiswerk gedaan en de uitkomst lijkt ons klip en klaar: er staat niets meer in de weg om tot het verlenen van een vergunning te besluiten… Behalve dan een ambtenarenapparaat dat het niet zo nauw neemt met vier weken uitloop omdat er slechts persoonsgegevens in een document moesten worden ingevoegd. Of is er meer aan de hand? De onwilligheid van de gemeente om oplossend te denken, te handelen en te communiceren en het volkomen gebrek aan zorg voor burgers die om een futiele reden in de prut zijn geraakt, is meer dan zorgwekkend. Beangstigend, dat vinden we het. Tegenover de ruime tijd die de gemeente neemt, staat de geringe tijd die wij nog krijgen om deadlines te halen en aan eisen te voldoen. De druk neemt toe, de toon is verhard. Minder dan 5 dagen om een zienswijze in te dienen, zonder de kans om een advocaat in te schakelen, want weekend. Steeds aangetekende brieven krijgen, die altijd een dag vertraging opleveren omdat we buiten de deur aan het werk zijn wanneer ze worden bezorgd. En waarom krijgt onze advocaat die brieven niet? Waarom piezemieten over een paal waaraan een steiger ligt, conform de mogelijkheden van het bestemmingsplan? Mirakel is toch van die plek weg? Waarom dan nog natrappen en een rekening van 2000 euro sturen? Vanwaar die heftigheid? Boosheid soms, omdat we niet meteen helemáál van de Strang af zijn geschoven? Foei toch, zo’n lastige vlieg die maar niet uit beeld wil en rond je lens blijft zoemen. Het zal toch niet zo zijn dat de gemeente irritatie leidend laat zijn? Tegen dames die als te emotioneel werden bestempeld? De gemeente leek in eerste instantie zo consequent te zijn: geen gevoel tonen, regels zijn regels en erg handig om je achter te verschuilen. Maar de gemeentelijke gespletenheid groeit met de dag. En nu opeens: een uitbarsting. We worden als kleuters op de vingers getikt over onze kritiek op het ambtenarenapparaat, krijgen minder dan 5 dagen (na verzending van de brief) om op te krassen en een bovenmaatse dwangsom bij uitstel: duizend eurootjes per dag mevrouwtje, met een maximum van vijftigduizend. Ja, u hoort het goed: vijftigduizend eurootjes mevrouwtje. Wij laten niet met ons sollen! Wat een heftigheid, hoe volkomen buiten proportie! Weet je wat je allemaal moet uitvreten om in het strafrecht een boete van 50.000 te krijgen? Op teletekst kwam precies dat bedrag in beeld. Het betrof een persoon die werd verdacht van wapenbezit, het witwassen van zwart geld, mishandeling, vier verkrachtingen en dwingen tot prostitutie. Een gekkenhuis die gemeente, een gekkenhuis! Dagboek 14 maart 2012
Big brother is watching usHoeveel nijd kan een mensenlichaam bevatten zonder te bezwijken? Hoe vervormd raak je wanneer je enkel door haat wordt gedreven? Op de dijk zijn enkele tipgevers actief, wie er kennelijk alles aan is gelegen om ons hier definitief te zien verdwijnen. Hoe teleurgesteld moeten ze zijn geweest toen Mirakel op 2 maart niet linksaf sloeg, maar naar rechts schoof. En wat jammer dat ze geen verrekijker hebben waarmee ze om een hoekje kunnen kijken of een fototoestel dat in een bochtje kiekt. Natuurlijk is de gemeente ingelicht, die plichtsgetrouw aankondigde te zullen handhaven. Daarna betrad bovendien een nieuwe partij het speelbord van dit lugubere potje levend stratego. Dekker van de Kamp, grondwinningsbedrijf en eigenaar van de rivierbodem waarboven Mirakel drijft, kwam het veld op. Via een brief gaf de firma te kennen dat ze daar op de hoogte waren van onze verplaatsing en van hetgeen er tussen ons en de gemeente speelt. Ze gaven aan te weten dat wij zonder hun toestemming (afmeer)palen in hun grond hadden geslagen en wilden weten wat onze plannen waren. Ze wilden -onder voorwaarden- meewerken en legden de bal bij ons om op afzienbare termijn met een concreet voorstel te komen. Natuurlijk laat Dekker van de Kamp deze kans niet liggen om tot een erfpachtovereenkomst te komen. Drie keer raden wie ze op het idee heeft gebracht. Een van mijn collega’s verzuchtte: en nu is het alleen nog wachten op een boete voor het inademen van andermans lucht....
Dagboek 4 maart 2012
Het Verschil (2)Goden zij dank zijn er ook handenvol mensen die weliswaar niet in de positie waren om te beslissen dat Mirakel kon blijven, maar die wel degelijk in hun handelen een verschil hebben gemaakt. Voor ons. Zij maakten het verschil tussen hoop en hopeloos, tussen verbonden zijn of losgeslagen. Zij bepaalden, met ettelijke graden, het verschil tussen warm en koud. Tussen vriezen en dooien. Een leger van weldoeners, waaronder ook volslagen onbekenden, zond ons steunbetuigingen via kaartjes, telefoontjes en andere paden in de ether. We kregen gereedschap, spierkracht, de duvel en z’n ouwe moer aan spullen, tijd, energie, handtekeningen, bloemen, financiële steun, gratis hulp en advies, steigers en boten te leen, douche-adressen, een karrenvracht aan engelen en geduldige aandacht bij het veel te vele praten over die ‘klotebotekwestie’. We konden het zo gek niet bedenken, of er kwam wat we nodig hadden, op de permissie om te blijven na. Tegen al deze lieverds zeggen we: dank je wel! We voelen ons gezien en gesteund. Volhouden of de moed verliezen, het is een wereld van verschil. Een verschil dat jullie samen hebben gemaakt.
Dagboek 3 maart 2012
Het VerschilHet is 3 maart, de dag nadat Mirakel naar haar tijdelijke ligplaats is versleept. We zijn in ons eigen huis en krijgen het met elektrische kacheltjes wel warm. Ook de rest marcheert naar behoren: water, stroom, gas in een fles. We kunnen het licht aan doen, drinken, eten, koken, wassen, tv-kijken. Ook bellen en internetten lukt met enige creativiteit. We kunnen zelfs een fikkie stoken op ons eigen landje en er een borreltje bij drinken. De katten zijn weer tot bedaren gekomen, verse bloemen op tafel, de ergste rommel weggeruimd. Thuis en toch ook niet. Niet meer afgemeerd op onze eigen plek, voelen we ons ontheemd. We zijn aangeslagen en boos. Maar vooral zijn we in de rouw. Er is iets ontworteld, aangetast, verloren gegaan, dat zoveel verder gaat dan een boot, een steiger of die 5m ‘vrije ruimte’. In essentie gaat het over vrije ruimte om te leven. Integriteit, respect, oprechtheid, rechtvaardigheid en betrokkenheid en daarnaar handelen. Stuk voor stuk zijn dit diep in onszelf verankerde waarden die op grove wijze zijn geschonden, doordat de mensen die in de positie waren om een verschil te maken dat niet deden. We moesten weg omdat het moest, niet omdat het zin heeft. Er is niemand mee gediend. Daarentegen kóst het sloten energie, bakken geld en zeeën van tijd. En stress, veel stress. Wat het oplevert? Een diep besef van wat onze waarden zijn, verbazing over onze eigen kracht en positiviteit, maar vooral het verlies van alle geloof in onze overheid en een zwaar gedeukt vertrouwen in de mensheid. We verkeren in een voortdurende staat van verbijstering over dat deel van de mensheid dat ‘de regels’ of het eigen gelijk voorrang verleent boven al het andere, niet gehinderd door enige bekommernis, redelijkheid of het vermogen om werkelijk contact te maken. Een al te lange rij mensen passeert de revue. De buren die hun gelijk willen halen en Joost mag weten wat nog meer, de overburen die verontwaardigde brieven schrijven, stoken, gluren, foto’s maken en zich met gele briefjes mengen in hoorzittingen, vertegenwoordigers van ons rechtssysteem die niet weten waarover ze praten als het om waterwonen gaat en desondanks bij hun oordeel de broodnodige verdieping achterwege laten, ambtenaren die hun persoonlijke waarden uitsluiten bij het uitoefenen van hun functie (‘persóónlijk vind ik dat het nooit zover doorgevoerd had moeten worden, maar in mijn fúnctie …’), ambtenaren die de mens achter de maatregel uit het oog zijn verloren, die niet méér zien dan het taakje op hun bureau en dat graag zo willen houden, die ‘de procedure’ volgen zonder iets in samenwerking te willen oplossen, een wethouder die met een Pontius Pilatusgebaar en een stalen gezicht beweert dat de gemeente in deze kwestie al het mogelijke heeft gedaan (‘de buren moesten er samen uitkomen en dat is niet gelukt, dus tsjá’) en een burgemeester die met zijn haar tot in de puntjes in de lak als gastheer mijn speech over ‘niet willen weten’ van zich laat afglijden als druppels van zijn regenjas en staand in de hal van het gemeentehuis tersluiks op zijn horloge kijkt: zou hij straks de raadsvergadering tijdig kunnen openen? Stuk voor stuk konden deze mensen een verschil maken waardoor Mirakel had kunnen blijven. Stuk voor stuk deden ze het niet. Wat doet dát zeer! Thuiskomen op Mirakel, thuis zijn in onszelf, bij elkaar, dat lukt ons wel. Ons thuis voelen in de wereld die samen-leving heet, kost meer moeite.
Dagboek 16 februari 2012
't Ruime so(a)pInmiddels overweeg ik serieus om een soap te schrijven over de woelige wateren van de Strang, de mensen die elkaar daar in het vaarwater zitten en de lieden die elkaar drijvend houden. Er zijn zeker drie verhaallijnen:
Het geheel wordt natuurlijk ruimschoots geïllustreerd met extreme waterstanden, onleesbare ambtelijke aanmaningen, veel papier en hoge leges, ijsschotsen die helaas de verkeerde woonboot lek slaan, glibberige bestuurders en gefluisterde gesprekken in politieke achterkamertjes. Èn die zwerm kritische persmuskieten, niet te vergeten. Oh, wat zullen we in de volgende aflevering toch weer meemaken?
Dagboek 12 februari 2012
Het water zakt, de vreugde stijgtHet bleef maar vriezen en vriezen en het water zakte en zakte. Winter, die kille vorst, creëerde een trap om vanaf de besneeuwde wal het water te betreden, dat hij had veranderd in een landschap van krakende, knappende en schuivende ijsplaten. Elke traptrede een diepgevroren markering van het dalende waterpeil...tot op een waterhoogte die ons vertrek voorlopig onmogelijk maakt. Koning Winter en Moeder Natuur, ze hadden het niet beter kunnen verzinnen!
Hoe graag we het ook zouden willen, eindeloos blijven uitstellen kan niet. Dat weten we, heus. We leven tegenwoordig zonder illusies, maar we zijn wel praktisch: mocht de Vorst besluiten een comeback te maken, dan ontvangen wij hem het liefst met onze centrale verwarming aan, en dus liggend op onze eigen ligplaats. Het zakkende water maakt dat gelukkig mogelijk. We zijn er namelijk inmiddels achter dat een alternatieve gasvoorziening op onze tijdelijke ligplaats niet is te realiseren zonder een fikse investering, wat we gezien de relatief korte tijdsspanne die we moeten overbruggen zwaar overdreven vinden. Dat wordt straks dus toch pielen met kacheltjes, zonder warm water om te douchen. Je snapt dat elke situatie die ons dwingt om hier langer te blijven liggen voor ons een warme bron van vreugde vormt. 't kan vriezen en 't kan dooien. Dat weten we inmiddels ook! Dagboek 6 februari 2012 Koud hè!Laat ik eerlijk zijn: we hebben het er niet om gedaan, maar ik ben er niet rouwig om dat de verhuizing van Mirakel is uitgesteld. Met dusdanig strenge vorst wil je echt niet urenlang zonder verwarming op het water zitten om vervolgens tijdelijk met kacheltjes te pielen totdat een aangepaste gasvoorziening is geïnstalleerd. Je wil geen uur zonder je comfortabele verwarming op aardgas en ook geen half uur. Wat? Nog geen minuut wil je in de kou zitten als gevolg van zo'n zinloze handhavingsmaatregel! De opstelling van de gemeente is in dezen al kil genoeg en Ben Kolvenbach en Ria Gradussen hebben een kouderecord gevestigd. Die doken met gemak onder de -22. Dergelijk temperaturen dan ook nog aan den lijve moeten ondervinden, zou ons beslist te veel worden.
De kou brengt winterpracht met zich mee waar we erg gelukkig van worden. Nóg een reden waarom we blij zijn dat we hier nog niet weg zijn. Het uitzicht is overdonderend mooi en de vorst leidt tot wonderschone vondsten langs de Waal. En ondanks al onze voorbereidingen voor vertrek kunnen we het niet laten om te dromen over blijven. Stel nu dat Koning Winter het voor het zeggen heeft en ervoor zorgt dat het langdurig blijft vriezen. Stel dat de Enkhuizer Almanak het bij het rechte eind heeft en het heel februari onder nul blijft. Stel dat de verantwoordelijke ambtenaren van de gemeente onze vergunningsaanvraag heel snel afhandelen.....dan zou het denkbaar zijn dat we misschien helemaal niet van onze plek af hoeven...misschien..... We hopen dat de Vorst nog lang blijft regeren en hebben de mazzel dat 16.000 mensen momenteel diezelfde droom hebben, al is het om elf geheel andere redenen. Dagboek 30 januari 2012
Catwalk geleverd voor de tijdelijke ligplaats. Dagboek 23 januari 2012 Het jaar van de DraakDe Ruimtelijke Onderbouwing, de laatste bijlage voor onze vergunningsaanvraag, is vandaag door het stedenbouwkundig bureau digitaal bij de gemeente ingediend. Daarmee gaat de klok van de behandelingsprocedure weer lopen. Weer een hoofdstuk afgerond! We gaan er vanuit dat het goed komt. Tenslotte zijn we zojuist begonnen met het Jaar van de Draak. Nee geen vervelende buurvrouw, maar het teken van voorspoed en verandering in de Chinese Astrologie. Inmiddels zijn we voorbereid voor ons vertrek naar een tijdelijke ligplaats. Rest ons in overleg met de sleper een definitieve datum vast te stellen vóór 8 februari. Komt ook goed, het is tenslotte het Jaar van de Draak. Maar daarmee zijn we er nog niet. Voorbij het praktische en ons eigen hachje, ligt het grotere geheel dat we óók graag dienen. Op dat vlak moet er nodig wat gebeuren. Het is namelijk hoog tijd dat de discussie over die woonboten eens op een hoger plan wordt getild. Het is te gemakkelijk -en al te zeer in het voordeel van de gemeente- om het botenverhaal af te doen als een (ordinaire) burenruzie. Voor je het weet zit je met “waar er twee vechten hebben er twee schuld” en wil geen ambtenaar, raadslid of wethouder zich mengen in zo’n individuele kwestie. Want daar gaan zij niet over, hun verantwoordelijkheden liggen elders. Over dat ‘elders’ wil ik het graag even hebben. Onze ‘burenruzie’ heeft namelijk kunnen ontstaan en gruwelijk uit de hand kunnen lopen door fouten en hiaten in regels en wetgeving -om te beginnen op gemeentelijk niveau en vervolgens op landelijk niveau- en is daarmee wel degelijk een zaak voor overheden. Het is voor verschillende overheden al te gemakkelijk om de verantwoordelijkheid voor waterwoonwetgeving op elkaar af te schuiven. Een kamerlid twitterde al dat het haar een zaak van de lokale overheid leek en de wethouder van West Maas en Waal wijst naar de Raad van Staten, die op zijn beurt weer verwijst naar… Ja, naar wat eigenlijk? Bij gebrek aan duidelijkheid over de vraag of woonboten onder de woningwet vallen komt de RvS met een ongelukkige interpretatie van de regels voor het bouwen van huizen. Door ze ongenuanceerd toe te passen op woonschepen worden er meer problemen in het leven geroepen dan opgelost. Opeens zijn woonboten bouwwerken, die aan het bouwbesluit moeten voldoen en een omgevingsvergunning behoeven. Het maakt de RvS kennelijk niet uit dat haar uitspraak haaks staat op de benadering van de Hoge Raad, die andere hoogste juridische instantie, die woonschepen als roerend goed beschouwt (want drijvend, dus een schip en dus geen bouwwerk, dus geen OZB of overdrachtsbelasting betalen). De RvS trekt zich evenmin iets aan van de bedoelingen van de wetgever, maar toetst op wetten en regels, hoe gebrekkig ook. Jammer, anders had zij geoordeeld dat woonschepen niet onder de Woningwet moeten vallen, zoals minister Donner in juli 2011 in antwoord op vragen van een vaste Kamercommissie verduidelijkte. Zou het helpen dat de heer Donner nu naar de Raad van Staten is vertrokken? Zou zijn opvolger nu in duidelijke regels willen vastleggen dat woonboten NIET geacht worden onder de Woningwet te vallen? Zou Donner die nieuwe regelgeving willen deponeren bij de Raad van State en op basis daarvan die draak van een uitspraak van 6 oktober 2011 kunnen herzien? Wat is er nodig om de landelijke politiek te bewegen tot het maken van duidelijke, eenvoudige en vooral rechtvaardige regels voor woonboten? Moeten we die bak ellende niet eens heel goed in beeld gaan brengen voor de dames en heren beslissers? Platform WaterWoonWetgeving? Wat dacht je van www.www.nl? Moet uiteindelijk goed kunnen komen. Het is tenslotte het jaar van de Draak, het teken van voorspoed en verandering. Dagboek 14 januari 2012 Boodschap voor onze buren van nr. 70 Dagboek 13 januari 2012 Waar hep dat nou helemaal voor nodig?Tsja, dan kun je organiseren wat je wil en alles en iedereen paraat hebben staan om te verkassen, maar het weer en het water bepalen of je kunt vertrekken. De Strang is met dat hoge water een onderdeel van de Waal geworden en omgevormd tot een roerige bak erwtensoep, waar de stroming sterk en grillig is en de wind met regelmaat het water opstuwt tot de koppen op de golven staan. Beter nog maar even aan die spudpalen blijven liggen. Lijkt ons wel zo veilig. De laatste tijd heb ik me dus maar toegelegd op mijn nieuwe carrière: het maken van (bouw)tekeningen van de afmeerbeugels en de spudpalen en hun positie ten opzichte van de woonboot, het intekenen van luchtfoto’s met afstanden tussen ons en de buren van nr. 68… nieuwe situatie, oude situatie, vooraanzicht, zijaanzicht, bovenaanzicht… Voor een eenvoudig lijkende situatie (onze boot schuift 68 cm zuid-oostwaarts op en de beugels en palen komen aan de lange kant in plaats van aan de korte kant van de woonboot) zijn toch maar liefst 12 bijlagen nodig! De gemeente heeft ze inmiddels in haar bezit en kan ermee aan de slag. Rest nog het inleveren van de Ruimtelijke Onderbouwing door het stedenbouwkundig bureau. Iemand met een officieel watermerk op het voorhoofd moet uitleggen wat er allemaal NIET aan problemen optreedt als wij een stukje opschuiven. Van ons neemt men dat namelijk niet aan. Dat ‘stuk met stempel’ is inhoudelijk klaar, maar het wachten is op iets digitaals dat de gemeente moet aanleveren. Helaas lopen we daar wat vertraging mee op, maar op korte termijn gaat de procedureklok van onze vergunningsaanvraag eindelijk weer doortikken. Onze stemming is dus een stuk verbeterd… Tot we stil staan bij het geld dat ermee is gemoeid: onderzoek en rapportage, leges, gemeenschapsgeld dat gaat zitten in al die tijd dat ambtenaren met deze kwestie bezig zijn. WEET JE WEL WAT DAT KOST? WAAR IS DAT NOU HELEMAAL GOED VOOR? Is er eigenlijk één ambtenaar die zich dat afvraagt? Maar goed, vóór je het weet zijn we een half jaar verder en ik zou stomverbaasd zijn als ons dan geen vergunning verleend zou worden. Wat een zotte situatie: moeten we weg om weer terug te kunnen keren (want terugkeren doen we!). Moeten we onze ark laten inpakken voor transport over de Waal, moeten we onze gas- en watervoorziening aanpassen om op een tijdelijke ligplaats te kunnen wonen, maken we extra kosten voor het inhuren van een sleepbedrijf. WEET JE WEL WAT DAT KOST? WAAR IS DAT NOU HELEMAAL GOED VOOR? Is er eigenlijk één ambtenaar die zich dat afvraagt? Zou er bij de gemeente de wil bestaan om die nodeloze kosten te voorkomen? Er zijn alternatieve plekken op de Strang om Mirakel neer te leggen, ware het niet dat de gemeente ons voorstel daarover destijds heeft afgewezen. Toch nog maar eens gaan buurten? Dagboek 7 januari 2012 Barbertje moet hangen‘Voltrek het vonnis! Voltrek het vonnis! De rechter heeft gesproken, het vonnis moet zonder uitstel worden uitgevoerd!’ Dat is de strekking van de brief die Ben Kolvenbach en Ria Gradussen aan de gemeente hebben gestuurd. Niet alleen moet er gevonnist worden, vinden ze, de uitspraak van de rechter(s) betekent volgens het duo Dom en Wreed ook dat de omgevingsvergunning die wij hebben aangevraagd niet verleend kan en mag worden. Als het aan hun ligt, zullen we die niet krijgen. Dat ze eerst met ons en de andere buren de gewenste herschikking van de woonschepen hebben besproken en hebben goed bevonden en dat die herschikking met zo’n zelfde omgevingsvergunning en procedure in principe gelegaliseerd zou kunnen worden, hebben ze gemakshalve uit de plaatselijke geschiedschrijving gegumd. Zoals we van dit tweetal zijn gewend, zijn ze met hun argumentatie een slag gedraaid en hebben ze zich niet aan gedane toezeggingen gehouden. Kolvenbach en Gradussen zouden de resultaten van ons gesprek met de gemeente van 19 december afwachten en dan pas beslissen. Nu blijkt dat ze de gemeente op 15 december ook al een brief over handhaving stuurden. Er is geen afspraak waaraan ze zich hebben gehouden, de communicatie is grondig om zeep geholpen en alle fatsoensregels zijn met voeten getreden. Noch hun raadgevers, noch deze twee hebben zich in hun acties laten weerhouden door de afschuwelijke gevolgen voor ons, integendeel: we moeten hangen, we moeten gekielhaald. Kennelijk vinden ze dat we straf verdienen. En waarom? Dat we bereid waren tot een kostbare operatie, waarbij ze hun woonboot precies zo konden leggen als ze wilden, met de vereiste 5m afstand tussen onze woonboten, was niet genoeg. Ze wilden hun investering in de strijd terugverdienen en claimden 42.000 euro advocatenkosten. Of we daar even een bankgarantie voor konden afgeven. ‘Wát, happen naar het baasje? Geen geld betalen? Dan maar anderszins’, moeten ze gedacht hebben. Bijzonder merkwaardig en op z’n minst stompzinnig te noemen is het feit dat ze dwars tegen hun eigen belang in gaan. Met ons vertrek winnen deze mensen niets. Integendeel. We hebben nota bene in een brief voor ze uitgespeld, dat ook zij het nodige te winnen hadden bij een gezamenlijke overeenkomst. De tegemoetkoming in hun kosten die we bereid waren te betalen als we de vergunningsaanvraag gezamenlijk zouden indienen, kunnen ze vergeten. Ook wij hebben (al een tijd geleden) een handhavingsverzoek bij de gemeente ingediend tegen Kolvenbach en hebben dat gedurende het werken aan de oplossing koud gezet. Daar gaat nu het vuurtje dus weer onder en Kolvenbach en Gradussen kunnen daar nog jaren juridische sores aan hebben. Laat ze vooral, tegen de klippen op, stug doorgaan met het opschroeven van hun advocatenkosten. Niet handig in deze tijden, met een eigen bedrijf. Niet handig met een scheiding in zicht. Niet handig, mocht je je woonboot willen verkopen. Blijkbaar moet alles kapot. De onzinnigheid ten top moge duidelijk zijn: zij hebben gelijk, wij moeten boeten en worden dwarsgezeten, wat er ook van komt. Het zal ze nog verrassen, wat er van komt... Dagboek 6 januari 2012 Beetje cynischHet moet allemaal op de juiste manier, bij de gemeente. Maar gebeuren er bij de gemeente ook de juiste dingen? We hebben het ons vorig jaar vele malen afgevraagd. En nu we ons letterlijk (veel) kosten noch (veel) moeite sparen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning, stellen we die vraag opnieuw. Een incidentje: een zeer goed bedoelend gemeenteraadslid twittert dat de locatie van de kerstboomverbranding in Beneden Leeuwen is gewijzigd: van Bikkelen naar Klef. José twiitert daarop een kritische reactie en het sympathieke raadslid mailt José direct een uitleg: "Verleden week heb ik, nadat het artikeltje hierover in de Gelderlander verscheen contact opgenomen met de gemeente. Aan het begin van 2011 is op de Bossee aan de Bikkelen een fourageerzone aangelegd voor de steenuiltjes afkomstig van het gebied waar nu het project Lauwesdijk is gerealiseerd. De projectontwikkelaar heeft voor dit 'compensatie' gebiedje 15.000,- Euro neer moeten tellen en de gemeente heeft nog eens een bedrag ontvangen om hier 'steenuil vriendelijk' te kunnen maaien. Als gemeente geef je geen goed signaal af als je hier gaat 'stoken'. Daarnaast is het praktisch ook niet meer mogelijk; de plek is nl. 'bezet' met bomen, je kunt ook niet meer met zwaar materiaal de Bossee op om later de restanten op te ruimen. Hierom is dan ook besloten de kerstboomverbranding in Beneden-Leeuwen te laten plaatsvinden op de oude hangplek aan de Waalbandijk (bij de Klef)." Niks mis mee, zou je zeggen. Helemaal verantwoord, toch? Tja, het is maar hoe je het bekijkt... José mailt het raadslid een ander perspectief retour: "Wat betreft de kerstboomverbranding: zoals je misschien al hebt ingeschat heb ik meer op met steenuilen dan met kerstboomverbrandingen en vind het dan ook helemaal niet erg dat deze niet aan de Bikkelen kan plaatsvinden. Die verbranding wordt nu alleen verplaatst naar een plek met ijsvogels (gaat het niet zo goed mee. Ooit gezien? Moet je kijken wat een mooi vogeltje http://www.flickr.com/photos/m_geven/sets/72157600054242162/show ) en groene specht (op de rode lijst). Die zouden we moeten koesteren i.p.v. uitroken! Alsof de ijsvogel wegblijft als wij die boot een stukkie opschuiven! Ik word er sowieso nogal cynisch van om bovenop prijzig stedenbouwkundig- en brandveiligheidsonderzoek, bijna 5700 euro leges te moeten betalen voor een omgevingsvergunning die we kennelijk nodig hebben om onze woonboot 68 cm te kunnen verplaatsen, als oplossing voor een opgeblazen probleem van buren die andere/betere/goedkopere oplossingen stelselmatig hebben afgewezen. Volgt u het nog? Is ook nauwelijks te doen. Waar het op neer komt is dat we binnenkort ruim 7500 euro armer zijn, met weliswaar grote kans, maar zonder zekerheid dat we die omgevingsvergunning daadwerkelijk krijgen. Dagboek 5 januari 2012 Woei!
We zijn overgeleverd aan de elementen. Wind en regen gaan te keer en even leef ik met de illusie dat ik zeebenen heb. Al wiebelend poog ik de wind te fotograferen en denk terug aan onze eerste storm, enkele jaren geleden. Ik schreef er een column over. Hier is die column: ‘t Spookt. Midden in de nacht worden we wakker van rammelende kettingen en gejammer. De lamp beweegt! Pas na even besef ik dat de rondwarende geest Jan de Wind heet, die huilt en ons huis laat schudden. We halen de Turkse lamp met de losse ketting van het plafond, voelen aan het stuiteren van de ark dat we nog aan onze meerpalen vastzitten en weten dat we in bed niet kunnen vallen. Al zijn de spoken nu verdreven, het krachtenspel van wind en water blijft spannend. Met wijd open ogen lig ik in het donker te luisteren. Gieren, dreunen en kraken, het wordt steeds enger. Er is maar één remedie: oordoppen in en slapen. Dagboek 1 januari 2012 NieuwjaarDe beste wensen voor het nieuwe jaar. Voor het nieuwe jaar wens ik je: Dagboek 23 december 2011 KerstmisHet feest van wachten
Verlangen naar de tijd Verlangen dat wordt geboren Anja de Joode– van de Velde Dagboek 18 december 2011 Wunderbar!Koud stond mijn dagboek van 16 december op de site of er kwamen hartverwarmend drie donateurs met engelen over de brug! De kerstboom stond al klaar om aangekleed te worden. Vandaag hebben we hem 'ingericht'. Maar eerst moest Bambu (een van onze bengalen) voor kerstbengeltje spelen.
Hij had nog nooit een heel dennenbos voor zichzelf gehad en al helemaal niet van het formaat dat hij prima tegen de invallen van zijn broer kon verdedigen. Als hij geen matroos was geweest, was ie denk ik boswachter geworden.
De boom is een feestje geworden en spreekt voor zichzelf. Daar zouden best eens wonderen uit kunnen voortkomen!
Zalig kerstfeest voor alle mensen van goede wil! Dagboek 16 december 2011 EngelenEen wonder kun je natuurlijk niet afdwingen, maar je kan er best een beetje hulp bij vragen. Veel hulp misschien? Verschrikkelijk veel hulp? Het is te proberen. Dus gingen we vorig weekend op engelenjacht. Dit jaar vullen we onze kerstboom namelijk met enkel lichtjes en engelen. Zo veel mogelijk engelen. En die ene heldere ster bovenin. We zijn met verzamelen al een eind gevorderd. Maar donaties blijven dringend gewenst…. Alles wat ons wil helpen met zijn/haar (blijft altijd moeilijk te bepalen) engelachtige werken bereiden wij een warm welkom en krijgt een plek in onze boom. Dit weekend zetten we hem op. Afbreken omdat we weg moeten kan altijd nog. Het allerliefst laten we hem staan en zetten we in goed gezelschap nóg een boom op: over de kerstgedachte.
Dagboek 5 december 2011 De winst van 2011Het destructieve gedrag van Kolvenbach en Gradussen heeft, zeker het laatste half jaar, ons leven op nogal ingrijpende wijze gedicteerd. Het bracht afbraak teweeg. Tegen de klippen op met de buren van nummer 70 een oplossing proberen te bereiken, of enige vorm van samenwerking, heeft voor ons tot niets anders geleid dan energieverlies, onmacht, woede en negativiteit. Het heeft ons uitgeput. We zijn er ziek van geworden. Dat, hebben we besloten, moet stoppen. Omdat het zinloos is om te blijven investeren in een ziekmakende relatie en er geen effectieve relatietherapie bestaat, maken we het uit. We hebben namelijk wel wat beters te doen. Zoals: ons eigen leven leiden, positief en constructief, ongeacht de omstandigheden. En: onze tijd en energie weer richten op hetgeen wij goed, mooi en écht belangrijk vinden. En dat is niet: alles uit onze handen laten vallen en ons voegen naar de grillen van mensen die hun eisen steeds verder opschroeven, met als motto ‘ik wil koste wat ‘t kost mijn zin hebben’. We wachten niet meer op een blijk van redelijkheid en welwillendheid en ook niet op weer nieuwe voorwaarden. We stellen onszelf niet langer afhankelijk van de grillen en grollen van deze buren. We mogen dan klem zitten, we laten ons door Kolvenbach en Gradussen niet gijzelen. Onze keuzevrijheid is een groot goed dat we niet willen uitleveren. Als we geen overeenkomst met deze buren kunnen sluiten omdat we ons niet voegen naar hun extreme voorwaarden, is dat maar zo. We nemen de gevolgen van onze keuze voor lief. Wij kiezen ervoor om onze ziel niet aan de duivel te verkopen. De duivel werkt vernietiging in de hand. Hij wil altijd meer en meer en heeft zelfs dan nog niet genoeg. Want in de duivel is ooit een bodemloos gat geslagen dat nooit is op te vullen, in elk geval niet door ons. Wij blijven onszelf trouw, daar draait het om. Dagboek 27 november 2011 Hier en nuHet is ‘s avonds tegen bedtijd en onze situatie is verre van gunstig. De kans op een overeenkomst met de buren lijkt verkeken. Ondanks het geraas dat door me heen gaat, wanneer ik geen afleiding vind in goed gezelschap, werk of andere dingen, overvallen me de laatste dagen soms momenten van geluk. Vanavond is het wel heel sterk. Ik heb mijn routine van voorheen opgepakt en doe voor het slapen gaan de deuren naar het terras open om de avond op me te laten inwerken. Het is mooi. Zo mooi. De ganzen zijn weer terug. Nog niet in groten getale, maar ze kletsen, gakken en kwebbelen weer als vanouds. Hun vertrouwde gesnater lijkt een winter vol gezelligheid in te luiden. Het water staat extreem laag. Rechts in de kom is het eilandje dat boven water is gekomen groter dan ooit. Het wordt hoorbaar bevolkt door ganzen. Bij de monding van het hoefijzer is het land meer en meer naar buiten gekropen en heeft het water zich teruggetrokken. In het duister tekent het silhouet van de grote kraan zich af tegen de avondlucht, waarin wolken hier en daar lichte plekken brengen. Het waait nauwelijks en op het geluid van de ganzen na is het stil. Verstilling. Plots ben ik me bewust van maar één gedachte: ‘Dit is mijn plek in de wereld. HIER is mijn plek in de wereld’. Het voelt stevig, stabiel en thuis. Alsof er helemaal geen bedreiging bestaat, alsof er geen vertrek op handen is. Een wonderlijke ervaring. Al eerder heb ik gemerkt dat ik, evenmin als José, ons hier kan zien vertrekken. Is dat wishful thinking? Zou goed kunnen. Is het vertrek van onze ark domweg te groot om te kunnen bevatten? Dat kan het ook zijn. Is het een voorgevoel? Zelfs dat is mogelijk. Duiden kan ik het niet. Het leven met een dergelijke onzekerheid is afschuwelijk. En tegelijkertijd brengt het met zich mee dat ik steeds meer in het moment leef, me bewust van hetgeen er is in het hier en nu. En in dit moment is er het besef dat hier mijn plek in de wereld is. Hier en nu voel ik me gelukkig. Dat geluk komt vooral door de enorme intimiteit van: dicht bij mijzelf zijn. José en ik zijn elkaar en onszelf nabij gebleven. We zullen onze ziel niet aan de duivel te verkopen. We voelen een hechte verbinding met wat voor ons wezenlijk en dierbaar is, met alles waar we voor staan. Zo dicht bij jezelf zijn, geeft een intimiteit die maakt dat je stevig staat en niet eenzaam bent. Goden zij dank zijn er steeds meer van die momenten. Ze vormen een bron van kracht en zijn van grote schoonheid. Dagboek 13 nov 2011 Tijdelijk blind Met een hoofd vol zorgen zitten we in de auto op weg naar de uiterwaarden van Druten. Om even uit te waaien en een frisse neus te halen. Niet dat alle kopzorgen zo maar ons hoofd zullen uitwaaien, er staat domweg te veel op het spel. Ik staar niets ziend voor me uit, gevangen als ik ben in akelige gedachten over de ramp die ons nog steeds levensgroot boven het hoofd hangt. Het is nog allerminst zeker dat we met de buren tot een oplossing kunnen komen. Ik wik en weeg en loop steeds opnieuw tegen muren op. Weer opnieuw vreet deze kwestie alle aandacht en energie op en zit ik opgesloten in mijn hersenpan waar alles botst en galmt. Abrupt zwiept José de auto naar links en brengt hem bij de stoeprand tot stilstand. “Ik denk dat die mensen hulp nodig hebben”. Ze wijst achter ons en opent het portier. Ik schrik op en staar wezenloos om me heen. “Huh? Welke mensen? Waar?” Maar José is al weg. Ik draai me om en zie door de achterruit hoe twee mensen moeizaam proberen een klein hoopje mens van de stoep te rapen. Haar rollator houdt zich afzijdig, een witte houten stoel staat paraat. De twee helpers weten duidelijk niet wat ze met de situatie aanmoeten. Het kleine kromme vrouwtje wil niet staan en evenmin op de stoel zitten. Ze blijkt een cliënt te zijn van ’s Heerenloo, een instelling voor verstandelijk beperkten, waar José werkzaam is. Anders dan ik keek José tenminste wel uit haar doppen. Feilloos weet ze wat er nodig is en soepeltjes zorgt ze dat het menske eerst op het plankje van de rollator gaat zitten en dan in de auto van de twee anderen, die haar vervolgens keurig bij de kapper afleveren. José regelt bovendien dat het vrouwtje daarna door een begeleider wordt opgehaald. Lopend op het Waalstrand hebben we het er later over: “Zo’n vrouwtje moeten ze toch niet zonder begeleiding de straat op laten gaan”, moppert José. “Wat een bof dat jij zag dat ze was gevallen” zeg ik. “Ik zag helemaal niets omdat ik met mijn kop vol burenellende zit”. Beschaamd moet ik toegeven dat ik sociale oogkleppen op begin te krijgen. Nog even en ik ben stekeblind voor de nood van een ander! En nee, het is helemaal geen troost om te weten dat er meer mensen tijdelijk blind zijn. Dagboek 7 november WachtenOm met drie buren één voorstel te kunnen indienen bij de gemeente, moet er het een en ander worden voorbereid en het nodige huiswerk worden gedaan. Dat kost tijd. Wij hebben inmiddels zaken in gang gezet en wachten op reacties en informatie van anderen. Leven met onzekerheid valt niet mee, wanneer er zo veel afhangt van hoe dat ene dubbeltje op z’n kant uiteindelijk terecht zal komen. We piekeren, peinzen en puzzelen. Wat kan er wel en wat kan er niet? Hoeveel geld is ermee gemoeid? Wat staat er wellicht in de weg? Natuurlijk steekt het gehoornde duiveltje van de twijfel af en toe zijn rode kop op: stel dat het toch niet lukt...wat dan, wat dán, WAT DAN?? Rampvisioenen vertroebelen direct de blik, het hart slaat vijf maal over en de vlammen slaan ons uit. Het is behoorlijk pittig, wat we op ons bord hebben. Van mij mag dat maaltje wel wat minder heftig gekruid. Gelukkig staat er met regelmaat iets zoets naast het bord. Pim komt langs en heeft ons grootverbruik van chocola goed in zijn oren geknoopt. Om het moreel op te krikken heeft hij ons een kleurige ark gebouwd, geheel uitgevoerd in chocola. Een dak van Cote D’Or en wanden van Rittersport. Melk, puur, wit, hier en daar een hazelnoot. Zolang deze belofte maar uitkomt, neem ik zelfs genoegen met spudpalen van ijzer en een bodem van klei.
Dagboek 31 oktober VoortgangEen week lang heb ik niets kunnen melden. Onze webbeheerder moest toch echt een weekje naar Rhodos. Hij wel…. Hier in Lauwe proberen we de draad van het dagelijkse leven weer op te pakken en zo veel mogelijk te genieten, te rusten en te ontspannen. We moeten zien te bekomen van de teisteringen van de afgelopen tijden. Ik werk zorgvuldig aan mijn herstel en probeer die strakke snaren in mijn lichaam te versoepelen. Mijn ritme hervinden, afleiding zoeken en zoveel mogelijk bronnen van vreugde benutten. We slaan de chocolade tegenwoordig in per vierkante meter. Wat we niet kunnen weg eten of verteerd krijgen, proberen we te verzachten in een warm bad of de sauna. Schateren om spelende ijsberen in de dierentuin doet wonderen. Staren in een bak met gekleurde visjes brengt rust. Herstellen is een zaak van lange adem, evenals ons botenverhaal. Dat daarin een nieuw hoofdstuk is begonnen, helpt. We zijn weer hoopvol. We hebben toenadering gezocht tot onze buren en spreken voorzichtig met elkaar over een mogelijke herschikking van onze drie schepen. We zijn erg blij met die bereidheid tot gesprek. De gemeente blijkt welwillend om een gezamenlijk voorstel serieus op haalbaarheid te bekijken. Legalisatie zou mogelijk kunnen zijn. Misschien kan Mirakel dus blijven. Zolang we constructief praten is het betalen van een dwangsom tijdelijk opgeschort. De druk is van de ketel, de wanhoop naar de achtergrond verdwenen. Spannend blijft het, maar de hoop staat voorop. En hoop doet leven. Dagboek 22 oktober
Is er licht aan het einde van de tunnel? Dagboek 20 oktober Slapen, waken en dromen Kent iemand de locatie van het strooizandmagazijn van Klaas Vaak? We zouden graag een grootverpakking bestellen. We voelen ons allebei volkomen uitgewoond. Slapen wil niet meer zo best. En niet alleen bij ons. Ook vrienden en lieve betrokken lieden liggen regelmatig ’s nachts plaatsvervangend te woelen. Net als wij draaien en keren ze, geplaagd door machteloze vragen en woedende fantasieën die hooguit in gradaties van gewelddadigheid verschillen. En als ze slapen, dromen ze soms van ons. Meestal zorgelijk, op die enkele wensdroom na waarin de gemeente ons een cruiseschip aanbiedt… Nachtelijke beelden of dagdromen, vrijwel allemaal zijn ze te mooi om waar te zijn. Als simpele oplossingen voor deze bizarre situatie al te mooi lijken om waar te zijn, wat moet je dan nog? Zelf beleven wij de nachtmerrie met open ogen. ’s Nachts starend in het donker, overdag starend over het water of naar het scherm van de pc. Wakend, wachtend op een oplossing, die alsmaar uitblijft. Met wijd open ogen snak ik naar slaap. Juist nu is het van vitaal belang dat we wakker blijven, alert op het behoud van het goede, op zuiver zijn. Waken voor de goede orde, je niet in slaap laten sussen door welke rechtvaardiging dan ook. Er is er maar één die ons zand in de ogen mag strooien en dat is Klaas. Ik snak naar slaap. Meer nog snak ik naar ontwaken uit de kwade droom waarin we gevangen zitten, om dan onze eigen droom te mogen leven op onze plek in Waterland. Dagboek 16 oktober Woelig water We bevaren momenteel de wateren der onzekerheid. We speuren de horizon af naar een plek om te landen, maar zijn op drift geraakt. Zeekaarten en dagelijkse peilingen hebben nog niet tot vaste grond geleid. De beste Stuurlui aan wal helpen niet, of het moet van de wal in de sloot zijn. Hoge golven van hoop en diepe dalen van teleurstelling wisselen elkaar in rap tempo af. We worden geteisterd door stormen en draaikolken. Een stabiele koers bepalen kan niet. Moeten we nu al boeken in bananendozen gaan doen? Onderdak voor de katten zoeken? Moeten de meubels wel of niet van boord? Toch woonruimte op de wal zoeken? Boot dan maar verkopen voor een schijntje, áls we al een koper vinden? Het blijft laveren tussen Scylla en Charybdis. De minste van twee kwaden kiezen. Welke is dat? Wie het weet mag het zeggen. Alle kans dat we hoe dan ook op de klippen lopen en te pletter slaan. Wie heeft de reddingsboei in handen? Gooit die hem ons ook toe? Afbeelding bron: Wikipedia Dagboek 11 oktober Geen woordenEerst valt de klap. Met een wee gevoel in de maag zitten we te suizebollen. Waar moeten we in godsnaam heen? We bellen en mailen ons een slag in de rondte, in onze zoektocht naar een ligplaats waar we (hopelijk tijdelijk) op onze ark kunnen wonen. Wekenlang zoeken heeft nog steeds niets opgeleverd. De uitputting heeft toegeslagen. Werken lukt niet meer. De meest simpele dingen gaan traag en moeizaam. Voor een gemiddeld telefoontje moet ik tot drie keer toe het nummer opnieuw intoetsen, omdat er steeds iemand opneemt die ik helemaal niet moet hebben. Tussen koortsachtig zoeken door, rouwen we en proberen daarin samen te blijven, ieder met onze eigen storm in het hoofd en onze eigen hartenpijn. Het verlies dat ons boven het hoofd hangt is gigantisch. Maar er is meer. ‘De mensheid zit in jezelf’ is een wijsheid die wij onderschrijven. Onze grootste droefenis behelst het sterven van een stukje mensheid in ons. Zo pijnlijk. Zo ongelofelijk pijnlijk. Één woord blijft over: hoop. We krijgen het aangereikt in hartveroverende briefjes van ons buurmeisje. Voor de zekerheid licht ze het mondeling nog even toe: “Weet je waarom ik dat heb geschreven? Omdat ik het hóóp!”
Dagboek 9 oktober Zuiverheid Wat we ook doen, laten we zuiver op de graat blijven, zeiden we tegen elkaar. ze brengen mij ik die kwistig strooi als vloeibaar goud maar in de brakheid de lijnen naar het Mooi gedicht hè, gevonden op mijn favosite. Dagboek 7 oktober Zeg me dat het niet zo is Zeg me dat het niet zo is. Het is wel waar. De Raad van State heeft besloten, we zijn uitgeprocedeerd. En nog steeds heeft niemand van de betrokken partijen een vinger uitgestoken om te voorkomen dat we weg moeten. Terwijl dat nog steeds zou kunnen. Is er daar nog iemand met een goed geweten…weten…weten…? Gaat de gemeente nu eindelijk die helpende hand uitsteken? Of worden we geofferd aan de valse goden van het gezichtsverlies? Zeg me dat het niet zo is. Dagboek 3 oktober Parels Lang geleden voerde ik een gesprek met een theatermaker. Het was een bijzondere man. "Alle mooie ervaringen in mijn leven, alle goede ontmoetingen, zijn juweeltjes", sprak hij. "Ik rijg ze als parels aan een snoer, dat alsmaar langer wordt. Het is mijn grootste sieraad en ik draag het mijn leven lang". Dat gesprek is me altijd bijgebleven. Ook ik rijg sindsdien mijn snoer. Parels, je moet er oog voor hebben. De oester is namelijk een nogal onooglijke schelp, die zijn schat niet snel prijsgeeft. Geplaagd door het afschuwelijke conflict waarin we verzeild zijn geraakt, leid ik soms aan een vertroebelde blik. Helaas ontkom ik er niet aan om in mijn hoofd met enige regelmaat te vechten met de buren die dat conflict creëerden. Ik kan slecht uit de voeten met mensen die hardnekkig mikken op onze ondergang. Wat moet ik met beton, prikkeldraad en spikes met stalen neuzen? Op zoek naar stenen beelden voor ons stukje dijk, vonden we zaterdag in de hemelse beeldentuin van een kunstenares onverwacht 'vrede op aarde'. In een onbeduidende woonwijk in Hedel opende zich plots een zegening van een tuin. Daar hadden 'onze' beelden staan wachten tot ze mee mochten. Bloem, blad, stengel, water, brons en steen. Een tuin met duizend kleuren. Zij las gedichten voor. Hij zorgde voor ons. Een wereld met de kleur van het hart, geleefd door mensen die zich laten raken. In afwachting van de wereldvrede hebben zij hier vrede in het klein gecreëerd. Dit was weer zo'n parel, voor het broodnodige tegenwicht. Parels moet je zien en koesteren. José doet dat gelukkig ook.
Dagboek 2 oktober De bewoners van het paradijs Wijzelf zien nog steeds groen van vermoeidheid. De spiegel toont ons weinig fraais. Ik houd me voor dat ware schoonheid van binnen zit en heb besloten om alle tobberijen domweg uit te bannen. Zolang wij ons concentreren op ons aardse paradijsje, kost dat geen enkele moeite. We zijn bezig om het nóg mooier te maken. We verlustigen ons aan de schoonheid van de andere bewoners (onze twee luipaarden aan boord en allerlei moois op het land). We hebben bovendien twee nieuwe bewoners gevonden, die meteen hun plek op de dijk hebben ingenomen, als woonden ze er reeds jaren. Alsmaar mooier maken... mission accomplished!
Dagboek 25 september Genieten Dit eerste weekend na de zitting bij de voorzieningenrechter in Den Haag is het prachtig weer. We moeten wachten op uitsluitsel van de Raad van State. Het komt erop neer dat we niet weten wanneer we, wáárover precies uitsluitsel krijgen… Koffiedik kijken, heet dat in goed Nederlands.Als je dan toch moet wachten, kun je er maar beter iets positiefs van maken. Dus klimmen we de dijk op, om eindelijk weer eens te doen waarvoor we al zo lang de tijd niet hebben gehad omdat ‘de zaak’ elke vrije minuut opvrat: lekker klooien in de tuin. Het hoge gras maaien, wilgen snoeien, een hek van wilgentakken maken, een trapje van stapstenen leggen, wieden, wateren, knippen, nog meer maaien en snoeien. De zon schijnt, het is heerlijk buiten, wie doet je wat? ‘De zaak’ dient zich af en toe aan, wanneer voorbijgangers groeten en vragen hoe het toch kan dat die ark weg moet en wij uitleggen dat het niet is uit te leggen. Een schipper komt buurten, een voorbij fietsende vrouw noemt het belachelijk: “Het is toch een aanwinst, die woonboot?” Een echtpaar op de fiets zwaait vriendelijk en roept dat ze ons volgen en steunen. Na zulke hartverwarmende onderbrekingen laten we de zaak weer los en pakken de draad van het weekend weer op: lustig verder klooien op de dijk. We turen naar reigers, tellen aalscholvers en discussiëren over de vraag wie er zojuist ‘klukluklu!’ riep, de gaai of de groene specht. Ik maak een praatje met de bruine kikker en tel op verzoek van José al zijn poten: nee, niks afgemaaid.
Dagboek 18 september Relatieve rust Na afgelopen donderdag hebben we er even de stekker uitgetrokken. We zijn zo moe dat we er letterlijk ziek van zijn. Lange tijd zijn we op volle kracht vooruit gevaren. Nu mogen we een poosje dobberen, tot de 22e. Advocaten hebben het stokje overgenomen. Verlangen Was er maar weer die vrede van toen het nog niet uit de hand was gelopen. Konden we ons maar weer zonder ziekmakende stoorzenders overgeven aan de diepe rust van het wonen op onze weldadige plek in waterland. Vlak voor bedtijd is er een Moment. Het komt door de plek waar we zijn komen wonen, waar het water moeder aarde omarmt. Ik kan het niet laten, het is een soort ritueel geworden. Eerst doof ik alle lichten, dan schuif ik de terrasdeur aan de waterkant open en laat de omgeving op me inwerken. Ik geniet, wat voor weer ook. Het is donker genoeg om sterren te kunnen zien. Naarmate mijn ogen aan het duister wennen, blijkt de avond verrassend licht en zie ik de silhouetten van de wilgen op het eiland verschijnen. Een groep lange wachters bij de rivier. Zwijgend, fluisterend of zelfs razend in de wind. Achter de dam die ons scheidt van de Waal knipoogt rood een boei. Gekleurde lichten glijden voorbij, vergezeld door het gestage doffe bonken van scheepsmotoren, die met hun trage cadans het ritme van ons leven lijken te bepalen. Het rivierwater dat de Strang in wordt gestuwd, kabbelt en klotst op het zand van de landtong. Dagboek 15 september De steen rolt van de helling af en is niet meer te stuiten Dagboek 12 september Mirakel
Het is goed om weer thuis te zijn. Hier doen we het voor. Dagboek 8 september Zwaar weer Van ‘hier en daar een bui’ is all lang geen sprake meer. We zitten in zwaar weer en dreigen te verzuipen in onverschilligheid. Dagboek 7 september Handhaven Dé gemeente bestaat niet, als geheel is zij niet aanspreekbaar. Beslissingen en adviezen worden tenslotte door mensen genomen. En toch is ‘de gemeente’ de realiteit waartegen wij dagelijks het hoofd stoten. Individuele personen (de wethouder, de betrokken ambtenaren) of een groep (het college van B&W) is tot op heden niet wezenlijk aanspreekbaar gebleken. Samen vormen ze een stevig gebouwde muur van “ja maar” en “nee, want”. Daar alsmaar tegenop lopen, kost ons alle energie. ‘De gemeente’ blijkt een zichzelf handhavend systeem. Het houdt zichzelf in stand, rechtvaardigt zichzelf en beveiligt zichzelf. Het heeft als hoofddoel zichzelf te beschermen en te dienen. Alle handelingen van haar leden zijn daarop gericht. ‘De gemeente’ opereert dus op basis van andere drijfveren dan: het dienen van haar burgers. En zo kan het gebeuren dat ‘de gemeente’ in plaats van een sociaal, wijs en rechtvaardig gezicht te laten zien, (de wet) gaat handhaven (lees: zichzelf). Ze kiest voor een onnodig rigoureuze handhavingsmaatregel, die twee van haar burgers wegjaagt en hen bovendien in het onheil stort. Die twee burgers laten het daarbij echter niet zitten. Ze hebben namelijk ook die Nederlandse wapenspreuk als motto: ‘Je maintiendrai’. Ik zal handhaven… Alleen betekent ‘handhaven’ voor deze twee dames net effe iets anders. Dagboek 3 september Mirakel Het is zaterdag en een stroom wandelaars rolt over de dijk. In de bloedhitte verzamelen we handtekeningen. Zeker 5 uur lang. We zijn gedreven, haast bezeten. Vind je het gek? Ons leven hier hangt aan een zijden draad. “Meneer, mevrouw, wilt u ons steunen met een handtekening? Onze woonboot moet weg van de gemeente en we willen hem zooo graag hier houden!” Jawel, Mirakel moet blijven. In feite staan we gewoon de hele dag om een mirakel te bidden. Is dat niet bezopen? Door de gemeente gehoord worden, zou toch geen wonder moeten heten? Dagboek 2 september Niet geschoten is altijd mis Wat is het antwoord op een gemeente die dreigt met een kanon op een mug te schieten? Eenvoudige mensen komen vaak met eenvoudige, maar verbluffend doeltreffende oplossingen. Cliënt: "Hoe is het met je boot? Moet je nou weg?" José: "Nee, we gaan vechten om te blijven". Cliënt: "Ik vraag een kanon op m'n rolstoel en dan schiet ik op het gemeentehuis!" Dagboek 31 augustus Belang-rijk “Ja maar, het staat er niet op! Het staat er niet op!” kakel ik opgewonden. Ik heb de beheerder van onze website aan de telefoon, die me vertelt dat hij mijn nieuwsbericht heeft geplaatst. De adrenaline komt mijn poriën uit. En ik realiseer me dat ik meteen begin te piepen zodra er iets mis gaat. Terwijl de goede man zich in het zweet werkt om alle zaken voor ons tot in de puntjes te regelen. Gratis en voor niets. En ik zie alleen maar dat half lege glas, in plaats van dat half volle, dat met zijn hulp steeds meer gevuld raakt. De gemeente kan en moet het nodige doen, en daar strijden wij voor. Maar onze buren Kolvenbach kunnen nog iets veel simpelers doen: hun verzoek om handhaving intrekken. Met één zin kunnen zij deze ellende voor ons ongedaan maken. Zodat we daarna, zonder die alles verterende stress, in goed overleg met de gemeente, ons kunnen buigen over het nieuwe bestemmingsplan. Of samen in beroep gaan tegen de krankzinnige uitspraak van de bestuursrechter, dat alle woonboten een bouwvergunning moeten hebben. Opeens hebben we eenzelfde belang. We zouden aan dezelfde kant kunnen staan. Gemeente, Kolvenbach: hoe lang moeten we nog tegenover elkaar blijven staan? Dagboek 30 augustus VerschilligheidIn het kinderboek dat ik schrijf, leert Lotte, een 11-jarig meisje hoe ze een ridder moet worden. Ze hoort dat het belangrijk is om 'een verschil' te maken. Dat zegt een jongen, wiens voortanden net uit zijn mond zijn geslagen door een stelletje onverschillige botterikken dat de baas wil zijn. Lotte wordt hier heel strijdbaar van. Ik schreef dit stuk van het verhaal lang voordat de rechter uitspraak deed en de gemeente haar besluit nam. Vandaag voel ik me als Lotte. Dagboek 29 augustus MoedDie tekst van Loesje op onze weekkalender is helemaal van toepassing: Recept voor Ramp in Beneden Leeuwen.Men neme:
Schakel vervolgens een rechter in die geen nautische deskundigheid heeft. Goed doorroeren en verder laten rotten.
|
Laatste nieuws

| Dagboek |





Verlangen naar de vrede













